RADIUS is momenteel gesloten en opent weer op 17 oktober met deze tentoonstelling.
Deelnemende kunstenaars: Allora & Calzadilla met Ted Chiang Brandon Ballengée Dominic Boyer, Cymene Howe en Andri Snær Magnason Marcus Coates Marjolijn Dijkman Raphaël Fischer-Dieskau Eline Kersten Katie Paterson Maarten Vanden Eynde Cecilia Vicuña Sara Vrugt Gastcurator: Stef Craps
Campagnebeeld ZORG VOOR VERLIES — ROUW VOORBIJ DE MENS door Özgür Deniz Koldaş.
Nu is het tijd dat verdriet blijft voortduren, dat het over de hele wereld weerklinkt. — Timothy Morton, Ecology without Nature
Sommige verliezen hebben een datum, een naam en een lichaam waaromheen mensen kunnen samenkomen. Andere voltrekken zich verspreid over seizoenen en generaties. Een vogelroep klinkt steeds minder vaak, tot hij helemaal verstomt. Een vertrouwd landschap wordt onherkenbaar door droogte, brand, grondstoffenwinning, oorlog of grootschalige aanplant voor industriële doeleinden. Een gletsjer wordt zo flinterdun dat hij geen gletsjer meer kan worden genoemd. Een oceaan vult zich met plastic dat zijn makers en gebruikers lang zal overleven en leefgebieden en levende lichamen verontreinigt. Zulke verliezen zijn niet altijd spectaculair of direct waarneembaar; vele ontvouwen zich geleidelijk als onderdeel van een bredere ecologische ontrafeling. Zelfs wanneer een verdwijning definitief is, gaat die ontrafeling door, met andere verliezen die al gaande zijn en nog meer die eraan komen.
ZORG VOOR VERLIES — ROUW VOORBIJ DE MENS vertrekt vanuit het besef dat ecologische ontwrichting ook een crisis van gevoel en betekenis is. Klimaatontregeling, de ineenstorting van de biodiversiteit, giftige vervuiling en de aantasting van geliefde plekken roepen verdriet, angst, woede, schuld, schaamte en machteloosheid op. Voor deze emoties ontstaat een steeds rijkere woordenschat. Ecologisch verdriet benoemt het verdriet dat voortkomt uit ervaren of verwachte verliezen van soorten, ecosystemen en gekoesterde landschappen. Eco-angst beschrijft de bezorgdheid die wordt veroorzaakt door de verslechtering van het milieu.
De filosoof Glenn Albrecht bedacht de term solastalgie voor het gevoel van heimwee dat je kunt ervaren terwijl je thuisblijft, wanneer je omgeving zo radicaal verandert dat ze geen troost meer biedt.
Deze woorden doen ertoe omdat ze ervaringen deelbaar maken. Ze laten zien dat verdriet en angst om een beschadigde wereld geen persoonlijk tekort zijn, maar een begrijpelijke reactie op omstandigheden die bedreigen wat we liefhebben en wat ons in leven houdt.
ROUW ZONDER ERKENNING
Ecologisch verdriet omvat dus meer dan verdriet na een afzonderlijk sterfgeval. Het kan volgen op een plotselinge ramp, maar het kan ook ontstaan door langzaam geweld: de geleidelijke vergiftiging, uitdroging, opwarming of het steeds leger worden van een plek. Het kan retrospectief, anticiperend of beide zijn. Vaak is het onderwerp van verdriet moeilijk te isoleren, omdat wat verdwijnt een netwerk van relaties is: een seizoensritme, een bestaanswijze, een taal, een gevoel van thuis zijn, de overtuiging dat vertrouwde levensvormen zullen voortbestaan. De schaal kan variëren van één boom tot het wereldwijde klimaat, terwijl het verlies voor sommigen persoonlijk en direct voelbaar is en voor anderen grotendeels onzichtbaar blijft. Elke beschrijving van ecologisch verdriet moet daarom rekening houden met deze verschillen in plaats van alle verliezen—en alle ervaringen daarvan—als gelijkwaardig te behandelen.
Toch blijven ecologische emoties opmerkelijk moeilijk te verwoorden—en zelfs wanneer ze worden uitgesproken, vinden ze moeilijk voldoende gehoor. Westerse samenlevingen kennen vele gebruiken voor het rouwen om menselijke sterfgevallen, maar er zijn maar weinig gevestigde conventies of rituelen voor het rouwen om de dood van een rivier, het verdwijnen van een soort of het geleidelijke verlies van een bos. Hoewel termen als eco-angst en ecologisch verdrietde afgelopen jaren gangbaarder zijn geworden, betekent hun verspreiding nog niet dat deze gevoelens breed maatschappelijk worden erkend. Wie zulke gevoelens uit, wordt nog vaak weggezet als irrationeel, overgevoelig of overdreven emotioneel. Daardoor worden die gevoelens niet serieus genomen: misschien worden ze erkend als persoonlijk leed, maar niet gehoord als betekenisvolle reacties op werkelijk verlies. In die zin blijft ecologisch verdriet niet erkend: het verlies is reëel voor de rouwende, maar de omringende cultuur onthoudt erkenning, sympathie of toestemming om te rouwen.
Die onthouding is politiek. Emoties geven niet alleen een persoonlijke gemoedstoestand weer; ze drukken ook een oordeel uit over wat belangrijk is. Rouwen om een vergiftigde rivier betekent zeggen dat de rivier niet louter een hulpbron was en dat de vernietiging ervan geen aanvaardbare prijs is. Rouwen om een uitgestorven vogelsoort betekent volhouden dat een levensvorm waarde had die verder ging dan haar nut voor de mens. Omgekeerd leren anderen soortgelijke gevoelens bij zichzelf te censureren wanneer dergelijk verdriet wordt bespot. Het onderdrukken van publiek geuite emoties kan zo werken als een subtiele vorm van sociale controle: het verkleint het scala aan reacties dat als redelijk wordt beschouwd en helpt de voortzetting van ‘business as usual’ als gezond verstand voor te stellen. Wanneer mensen niet openlijk kunnen uiten waarmee ze zich verbonden voelen, wordt het moeilijker om de wezens en plaatsen die hun dierbaar zijn te verdedigen. Wat niet betreurd mag worden, wordt makkelijker te vernietigen.
RUIMTE MAKEN VOOR ECOLOGISCH VERDRIET
Er zijn echter wel plekken waar ecologisch verdriet wordt geuit en verwerkt. Milieuactivisten houden begrafenissen en wakes voor gletsjers en verdwenen soorten, organiseren ‘die-ins’, vormen stille optochten en organiseren rouwcirkels. Klimaatbewuste psychotherapeuten scheppen een omgeving waarin verdriet en angst kunnen worden erkend zonder meteen als ziekteverschijnselen te worden beschouwd. Wetenschappers binnen de ecologische geesteswetenschappen bieden een taal voor ervaringen die vaak onbenoemd of onopgemerkt zijn gebleven. Ze bevorderen een meer relationeel begrip van het menselijk leven en rechtvaardigere manieren om in een gedeelde wereld te leven. Kunstenaars maken op hun beurt beelden, objecten, klanken, verhalen en rituelen waardoor verliezen die doorgaans aan onze aandacht ontsnappen voelbaar kunnen worden. Kunst is een ontmoetingsplek waar de samenleving nieuwe manieren kan testen om bij zulke verliezen stil te staan en ze te gedenken, ook wanneer daarvoor nog geen vaste vormen bestaan.
Kunst is bijzonder belangrijk omdat ze niet alleen informatie over ecologisch verlies overbrengt, maar dat verlies ook waarneembaar, voorstelbaar en voelbaar maakt. Door stil te staan bij een spoor of een afwezigheid tastbaar te maken, kan een kunstwerk verre of geleidelijke verliezen als nabij en direct voelbaar laten ervaren. Het kan de aandacht verleggen van abstracte uitstervingscijfers naar het eigene van een verdwenen soort of levenswijze, of de kortstondigheid van een individueel leven plaatsen binnen de immense tijdschalen van evolutie en geologie. Bovendien kan het tegenstrijdigheden naast elkaar laten bestaan: schoonheid naast gruwel, tederheid naast schuld, hoop naast onomkeerbaar verlies. Deze spanningen betekenen niet dat er geen heldere boodschap wordt overgebracht. Ze confronteren ons juist met de emotionele complexiteit van ecologische rouw.
DE WERELD OPNIEUW LEREN KENNEN
Deze tentoonstelling vat rouw op als meer dan de veruitwendiging van verdriet. Het is een proces dat tijd vergt, zich voltrekt in relaties, en ethische en politieke dimensies heeft. Rouw draait in wezen om liefde: we rouwen omdat ons leven verweven is met andere levens, plaatsen, gewoonten en mogelijke toekomsten. Verlies maakt zichtbaar hoe diep deze relaties in ons verankerd zijn en ons vormen—hoe delen van wat we ‘het zelf’ noemen altijd al buiten onze huid hebben bestaan. Rouw kan ons ontwrichten, maar ons ook opnieuw vormen. Voortbouwend op het werk van filosoof en rouwtherapeut Thomas Attig, beschrijven Thom van Dooren, Blanche Verlie en Zoë Sadokierski rouw als een proces van ‘de wereld opnieuw leren kennen’: ons besef van wie we zijn en hoe we kunnen leven bijstellen wanneer een belangrijke relatie is veranderd of verbroken.
We keren niet onveranderd terug naar een vroegere normaliteit. We leren leven in een gewijzigde realiteit, gekwetst maar nog steeds in staat tot verbondenheid.
Ecologische rouw breidt dit proces van herleren uit naar onze relaties met de meer-dan-menselijke wereld. Het begint met de erkenning dat dierlijke, plantaardige, minerale en elementaire lichamen kwetsbaar zijn—en dat hun verlies rouw verdient.
Zoals retoricus Joshua Trey Barnett betoogt, krijgt ecologische rouw vorm door praktijken van benoemen, archiveren en zichtbaar maken: handelingen die miskende gevoelens kunnen valideren en de aandacht richten op wat zorg nodig heeft.
Rouwen vraagt daarom meer dan alleen een algemeen gevoel van verdriet over de achteruitgang van het milieu; het vergt voortdurende aandacht voor de specifieke levens en relaties die worden vernietigd. In zijn werk over bedreigde vogels en slakken laat filosoof en antropoloog Thom van Dooren zien hoe dieren waarnemen, communiceren, herinneren en samenleven met anderen. Zo wordt elke levensvorm zichtbaar als onderdeel van een uniek web van relaties. Op deze schaal bezien is uitsterven niet slechts het verdwijnen van een inwisselbare eenheid ‘biodiversiteit’. Het is het uiteenvallen van manieren van leven en van verbonden zijn die niet meer zullen terugkeren—het verlies van een hele wereld.
Om ontvankelijk te worden voor zulke verliezen is nodig wat filosofe Vinciane Despret “leren geraakt te worden” noemt.
Feiten blijven onmisbaar, maar feiten alleen leiden niet noodzakelijkerwijs tot gedragsverandering. We hebben ook een doorvoeld begrip nodig van hoe diep ons leven verweven is met de meer-dan-menselijke wereld. Dit betekent niet dat we menselijke emoties op een stomme natuur projecteren. Het betekent dat we de illusie van ons afgescheiden bestaan als mens loslaten en meer oog krijgen voor de manieren waarop andere wezens ons aanspreken, zich tegen ons verzetten, van ons afhankelijk zijn en ons begrip te boven gaan. Ruimte maken voor verdriet kan ons dichter bij een relationeel zelfbeeld brengen: niet als meesters die buiten een passieve omgeving staan, maar als deelnemers aan innig verweven levensgemeenschappen.
VERDRIET, SCHULD EN HOOP
Zulke deelname is nooit onschuldig. Ecologisch verdriet is vaak verweven met schuldgevoel, omdat mensen—in ongelijke mate en op verschillende manieren—medeverantwoordelijk zijn voor de verliezen die ze betreuren. We moeten niet alleen rouwen om wat verdwenen is, maar ook om wat menselijke economieën, instituties en gewoonten mede hebben vernietigd.
Het voornaamwoord ‘wij’ vraagt om zorgvuldigheid, want de verantwoordelijkheid voor deze verliezen is ongelijk verdeeld en verweven met de geschiedenis van kapitalisme, kolonialisme, extractie en consumptie. Een verpletterend persoonlijk schuldgevoel kan verlammend werken, terwijl vage verwijzingen naar de mensheid de bedrijven, overheden en welvarende bevolkingsgroepen uit beeld kunnen houden die het meest in staat zijn om schade aan te richten of te voorkomen. Rouwen vanuit verantwoordelijkheid betekent dat we ons niet op onschuld beroepen en verdriet evenmin gebruiken om onszelf vrij te pleiten. Het vraagt hoe verdriet kan leiden tot een helderder besef van verantwoordelijkheid en tot de bereidheid om anders te handelen en, waar mogelijk, schade te herstellen.
Een verontschuldiging aan een uitgestorven soort kan haar niet tot leven wekken. Een monument kan een verdwenen gletsjer niet terugbrengen. Toch kunnen zulke gebaren ertoe doen wanneer ze onrecht erkennen, de morele en politieke gemeenschap verruimen en onze verplichtingen tegenover overlevende wezens en beschadigde leefgebieden moeilijker te negeren maken. Ze kunnen een samenleving voorafspiegelen waarin meer-dan-menselijke levens emotioneel, ethisch en politiek meetellen.
Rouw is transformerend, niet omdat elk gevoel automatisch tot deugdzaam handelen leidt—ecologische emoties kunnen in de privésfeer blijven, omslaan in fatalisme of zelfs een politiek van uitsluiting voeden—maar omdat volgehouden aandacht ontkenning kan doorbreken en ons handelen een andere richting kan geven. Rouw kan de emotionele geletterdheid bevorderen die nodig is om verantwoordelijkheid te onderscheiden van schaamte, solidariteit van toe-eigening en zorg van controle.
Daarom zou verdriet niet tegenover hoop moeten worden gesteld. Rouw toelaten betekent eerlijk onder ogen zien dat er al veel verloren is gegaan en dat verdere verliezen de komende jaren onvermijdelijk zijn, ongeacht wat we nu doen. Hoop die dat inzicht afwijst, biedt troost maar neemt geen verantwoordelijkheid. In de communicatie over milieuproblemen wordt vaak aangedrongen op positieve verhalen en haalbare tips voor individuele actie, uit vrees dat mensen anders moedeloos worden. Maar optimisme kan de ernst van de situatie bagatelliseren, de indruk wekken dat bescheiden consumptiekeuzes volstaan als antwoord op een systemische crisis, en de verantwoordelijkheid weghalen bij machtige instituties. Geloofwaardige hoop moet de schaduw van verlies toelaten. Ze kan onomkeerbare schade erkennen en tegelijk volhouden dat wat overblijft—en wat nog kan ontstaan—toegewijde zorg verdient. Daarin schuilt de levensbevestigende inzet van ecologische rouw: verdriet kan ons besef aanscherpen van wat kostbaar is en ons de moed geven om ons dieper te verbinden met al wat leeft. In plaats van actie te verdringen, kan het ons ertoe aanzetten en er richting aan geven.
DE TENTOONSTELLING ALS OPEN SPIRAAL
Deze opvatting van rouw als een voortdurende praktijk die verandering mogelijk kan maken geeft ook vorm aan de tentoonstelling zelf. ZORG VOOR VERLIES — ROUW VOORBIJ DE MENS biedt geen therapeutisch traject van verdriet naar heling, maar ontvouwt zich in vijf bewegingen, gerangschikt als een open spiraal. Samen stellen ze een opeenvolging van relaties voor: sporen nodigen uit tot luisteren, luisteren kan onze betrokkenheid bij verlies blootleggen, de erkenning daarvan kan een behoefte aan rituelen oproepen, rituelen kunnen zorgrelaties vernieuwen, en zorg kan weer andere sporen en stemmen waarneembaar maken.
De structuur is conceptueel geïnspireerd op “het werk dat weer verbindt” van de recent overleden filosofe en activiste Joanna Macy, een ervaringsgerichte groepspraktijk die zich beweegt door dankbaarheid, rouw, hernieuwde waarneming en handelen.
Macy beschrijft de fasen ervan als een open spiraal omdat ze steeds opnieuw kunnen worden doorlopen, waarbij elke doorgang nieuwe betekenissen en reacties mogelijk maakt. ZORG VOOR VERLIES — ROUW VOORBIJ DE MENS neemt deze sequentie niet integraal over, maar deelt wel de visie op rouw als een recursief proces, eerder dan als een beweging naar afsluiting.
De cirkelvormige tentoonstellingsruimte van RADIUS, ooit een ondergronds waterreservoir, geeft deze recursieve logica een ruimtelijke weerklank: bezoekers die door de tentoonstelling lopen, kunnen terugkeren naar eerdere werken en thema’s, in plaats van simpelweg vooruit te bewegen en elk stadium te voltooien. Deze openheid werkt ook door in de werken zelf. Hoewel elk werk binnen een bepaalde beweging is geplaatst, getuigen, treuren, gedenken en zorgen veel werken tegelijk, terwijl ze ook betrokkenheid bij verlies blootleggen. Elke beweging benadrukt een primaire narratieve functie zonder de werken daartoe te beperken, zodat betekenissen en gevoelens door de hele tentoonstelling kunnen resoneren.
Timothy Morton, Ecology without Nature: Rethinking Environmental Aesthetics (Cambridge, MA: Harvard University Press, 2007), 185.
↩
Ashlee Cunsolo en Neville R. Ellis, “Ecological Grief as a Mental Health Response to Climate Change-Related Loss,” Nature Climate Change 8 (2018): 275–281.
↩
Susan Clayton, Christie Manning, Kirra Krygsman en Meighen Speiser, Mental Health and Our Changing Climate: Impacts, Implications, and Guidance (Washington, DC: American Psychological Association en ecoAmerica, 2017). Beeld: Asker Ibne Firoz.
↩
Glenn A. Albrecht, Earth Emotions: New Words for a New World (Ithaca, NY: Cornell University Press, 2019).
↩
Ashlee Cunsolo en Karen Landman, eds., Mourning Nature: Hope at the Heart of Ecological Loss and Grief (Montreal en Kingston: McGill-Queen’s University Press, 2017).
↩
Thom van Dooren, Blanche Verlie en Zoë Sadokierski, “Mourning in a Time of Planetary Crisis: Making Room for Grief,” Griffith Review 92 (2026). Beeld: Extinction Rebellion.
↩
Ashlee Cunsolo Willox, “Climate Change as the Work of Mourning,” Ethics & the Environment 17, no. 2 (2012): 137–164, https://doi.org/10.2979/ethicsenviro.17.2.137. Beeld: Extinction Rebellion.
↩
Joshua Trey Barnett, Mourning in the Anthropocene: Ecological Grief and Earthly Coexistence (East Lansing: Michigan State University Press, 2022).
↩
Thom van Dooren, Flight Ways: Life and Loss at the Edge of Extinction (New York: Columbia University Press, 2014); Thom van Dooren, A World in a Shell: Snail Stories for a Time of Extinctions (Cambridge, MA: MIT Press, 2022).
↩
Vinciane Despret, “The Body We Care For: Figures of Anthropo-zoo-genesis,” Body & Society 10, nos. 2–3 (2004): 111–134, https://doi.org/10.1177/1357034X04042938. Beeld: Donna Haraway door Victoria De la Maza Cueto.
↩
Stef Craps, “Ecological Apologies: Reckoning with Grief, Guilt, and Multispecies Justice,” Environmental Politics 35, no. 1 (2026): 31–49, https://doi.org/10.1080/09644016.2025.2557056. Beeld: Matt Palmer.
↩
Joanna Macy en Molly Young Brown, Coming Back to Life: The Updated Guide to the Work That Reconnects, rev. ed. (Gabriola Island, BC: New Society Publishers, 2014).
↩
Gastcurator: Stef Craps.
Het JIJ EN IK ZIJN AARDE-jaarprogramma van RADIUS in 2026, waar deze tentoonstelling onderdeel van uitmaakt, is mede mogelijk gemaakt door steun van het Mondriaan Fonds, de Gemeente Delft, het BNG Cultuurfonds en de Van der Mandele Stichting.
Deze tentoonstelling is aanvullend ondersteund door het Maatschappelijk Valorisatiefonds van de Universiteit Gent, de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent, Stichting Symbio en het Cultuurfonds.