07 maart 2026 – 24 januari 2027
Jaarprogramma 2026
JIJ EN IK ZIJN AARDE
In een tijd waarin de Aarde steeds nadrukkelijker haar grenzen laat voelen, presenteert RADIUS in 2026 het jaarprogramma JIJ EN IK ZIJN AARDE — OP WEG NAAR EEN AARDSE POLITIEK. Vertrekkend vanuit de vraag “Waar kunnen we landen?” onderzoekt het programma hoe menselijk, niet-menselijk en meer-dan-menselijk leven onlosmakelijk met elkaar verweven zijn in wat filosoof Bruno Latour de ‘kritieke zone’ noemt: de dunne, kwetsbare laag waarin bodem, water, lucht en levende wezens elkaar voortdurend beïnvloeden. Tegen de achtergrond—of juist voorgrond—van klimaatverandering, ecologische uitputting en geopolitieke spanningen nodigt RADIUS kunstenaars, denkers en bezoekers uit om de Aarde niet langer te beschouwen als statisch decor of passieve hulpbron, maar als een actieve, politieke en relationele entiteit. Via tentoonstellingen, educatie en publieke programma’s verkent JIJ EN IK ZIJN AARDE nieuwe manieren van samenleven, waarnemen en handelen, waarin de scheiding tussen mens en ‘natuur’ wordt doorbroken. Kunst fungeert daarbij als voertuig om tussen tijdschalen, perspectieven en disciplines te bewegen, en om verbeelding te verbinden met verantwoordelijkheid. Zo beoogt het jaarprogramma ruimte te scheppen voor een aardser denken en voelen, waarin kwetsbaarheid en verbondenheid het vertrekpunt vormen voor een gedeelde toekomst.
We hopen je in 2026 bij RADIUS te ontmoeten tijdens het JIJ EN IK ZIJN AARDE-jaarprogramma!

BIJ RADIUS IN 2026
⌀ ONTMANTEL HET ANTROPOCEEN
— AARDSE VERHALEN UIT HET LATE HOLOCEEN
⌀ KARLOS GIL: THE CENTER CANNOT HOLD
⌀ EEN ONVOLTOOIDE ODE AAN MODDER
7 MAART — 31 MEI 2026
Met de groepstentoonstelling ONTMANTEL HET ANTROPOCEEN opent RADIUS het jaarprogramma 2026 met een kritische herbezinning op het idee dat wij in een door de mens gedomineerd geologisch tijdperk leven. In plaats van de mens te positioneren als dominante geologische kracht, verplaatst de tentoonstelling het perspectief naar diepe tijd en materieel verwantschap, waarin het menselijke lichaam verschijnt als tijdelijk knooppunt van minerale, fossiele en atmosferische processen. De deelnemende kunstenaars onderzoeken hoe extractivisme, koloniale machtsstructuren en het verbranden van fossiele brandstoffen de Aarde hebben hervormd, maar ook hoe deze processen ongelijk verdeeld zijn en verschillende lichamen en landschappen disproportioneel treffen. Door het Antropoceen te ‘ontmantelen’ wordt ruimte gemaakt voor middelpuntvliedende verhalen die de uitzonderingspositie van de mens bevragen en de planeet tonen als een veelstemmig archief van geologische, politieke en ecologische relaties. De tentoonstelling nodigt uit om de Aarde niet langer te lezen als achtergrond van menselijke geschiedenis, maar als actieve speler in een gedeelde, meer-dan-menselijke tijdschaal waarin verantwoordelijkheid, kwetsbaarheid en verbondenheid centraal staan.
In zijn solotentoonstelling bij RADIUS neemt Karlos Gil de bezoeker mee op een kosmische reis door diepe geologische tijd en door landschappen die getekend zijn door de winning en verbranding van fossiele brandstoffen. In de film THE CENTER CANNOT HOLD verschijnt de Aarde als een levend artefact: uitgehold, geëxploiteerd en tegelijkertijd bezield door niet-menselijke krachten die zich onttrekken aan menselijke controle. Door sciencefiction, mythologie en industriële geschiedenis te verweven, onderzoekt Gil hoe ideeën over vooruitgang, energie en dominantie samenkomen in een wereld waarin olievelden, woestijnen en ondergrondse lagen fungeren als politieke en spirituele ruimtes. Zijn werk confronteert ons met de atmosferische gevolgen van extractivisme en met de vraag wat er verloren gaat wanneer de Aarde wordt gereduceerd tot grondstof. Tegelijk opent hij een verbeeldingsruimte waarin alternatieve, niet-antropocentrische perspectieven mogelijk worden, en waarin de mens niet langer het stabiele middelpunt vormt, maar één van de vele tijdelijke verschijningsvormen binnen een voortdurend transformerend planetair systeem.
De educatieworkshop EEN ONVOLTOOIDE ODE AAN MODDER richt zich op de vitale, maar vaak vergeten bovenlaag van de Aarde: de bodem waarin leven ontstaat, circuleert en weer verdwijnt. Vertrekkend vanuit de centrale vraag van het jaarprogramma—“Waar kunnen we landen?”—nodigt deze workshop leerlingen uit om de Aarde niet abstract te benaderen, maar via directe, zintuiglijke en maakbare ervaringen. Modder, humus, lucht en water worden benaderd als actieve, levende materialen die de voorwaarden scheppen voor menselijke en niet-menselijke bestaansvormen. Onder begeleiding van kunstdocenten verkennen leerlingen hoe bodems functioneren als dynamische ecosystemen, en hoe klimaatverandering, verstedelijking en uitputting deze kwetsbare lagen onder druk zetten. Door het ontwerpen van speculatieve prototypes die de bodem kunnen verzorgen en herstellen, wordt verbeelding verbonden met zorg en verantwoordelijkheid. Zo vormt de workshop een uitnodiging om al op jonge leeftijd te leren denken in termen van wederzijdse afhankelijkheid, en om de Aarde te ervaren als een gedeelde, levende grond waarop onze toekomst letterlijk rust.

⌀ DE AARDE DENKT VOORTDUREND MEE…
— EEN CREATIEF FILOSOFISCH REISVERSLAG
⌀ MIRIAM HILLAWI ABRAHAM
13 JUNI — 27 SEPTEMBER 2026
In de groepstentoonstelling DE AARDE DENKT VOORTDUREND MEE… komen kunstenaars en filosofen samen in een gezamenlijke zoektocht naar manieren om met, in plaats van over, de Aarde te denken. Vertrekkend vanuit het besef dat de ecologische crisis niet alleen technologische oplossingen vraagt, maar ook nieuwe vormen van aandacht, waarneming en verbeelding, wordt de Aarde benaderd als een actieve denker en mede-actor. In zintuiglijke constellaties van geluid, beweging, geur, materie en taal ontstaan zogeheten ‘earth-thought experiments’ waarin menselijke en meer-dan-menselijke perspectieven met elkaar in dialoog treden. De tentoonstelling nodigt uit om vertrouwde scheidingen tussen subject en object, cultuur en natuur, denken en voelen los te laten, en om de Aarde te ervaren als een dynamisch netwerk van relaties dat voortdurend terugspreekt, meebeweegt en tegenspreekt. Zo opent zich een ruimte voor een filosofie die niet boven, maar midden in de wereld wordt bedreven, en waarin nieuwe vormen van verantwoordelijkheid, luisteren en samenleven gestalte krijgen.
In haar solotentoonstelling herpositioneert Miriam Hillawi Abraham de bezoeker ten opzichte van zowel de Aarde als de kosmos, door prekoloniale Afrikaanse kosmologieën, architectuur en speculatieve fictie met elkaar te verweven. De installatie fungeert als een denkbeeldige buitenpost waar terrestrische landschappen, sterrenbeelden en spirituele kennis samenkomen in een gelaagde ruimtelijke ervaring. Abraham onderzoekt hoe koloniale en technologische wereldbeelden onze verhouding tot ruimte, tijd en toekomst hebben gevormd, en hoe alternatieve, niet-westerse kennispraktijken andere vormen van oriëntatie mogelijk maken. Door middel van fragmentatie, abstractie en narratieve verschuiving opent zij ruimte voor ‘onderbroken tijdlijnen’ die niet worden hersteld, maar voortgezet en heruitgevonden. De Aarde verschijnt hier niet als geïsoleerde planeet, maar als onderdeel van een gedeelde kosmische ordening waarin materie, geschiedenis en verbeelding in elkaar grijpen. Talismannen, sterrenkaarten en architectonische structuren functioneren als navigatie-instrumenten in een wereld waarin ontheemding en verbondenheid samenvallen, en waarin nieuwe vormen van aards en kosmisch burgerschap denkbaar worden.
⌀ ZORG VOOR VERLIES
17 OKTOBER 2026 — 24 JANUARI 2027
De groepstentoonstelling ZORG VOOR VERLIES verkent de emotionele en existentiële dimensies van ecologische ontwrichting. Het begrip ‘solastalgie’, dat verwijst naar het verdriet en de vervreemding die ontstaan wanneer de eigen leefomgeving onherstelbaar verandert, vormt het uitgangspunt voor een onderzoek naar rouw, verlies en melancholie in het tijdperk van klimaatverandering. Kunstenaars, denkers en onderzoekers brengen uiteenlopende vormen van ecologisch verlies in beeld: het verdwijnen van soorten, landschappen, ecosystemen en van het gevoel van thuis-zijn. Door middel van installaties, geluid, film en performatieve praktijken wordt een ruimte gecreëerd waarin deze vaak onuitgesproken emoties erkend en gedeeld kunnen worden. Tegelijkertijd zoekt de tentoonstelling naar nieuwe rituelen, talen en collectieve verbeeldingen om met dit verlies om te gaan, niet alleen menselijk, maar meersoortig. ZORG VOOR VERLIES laat zien dat rouw niet louter verlamming hoeft te betekenen, maar ook kan uitgroeien tot een bron van zorg, solidariteit en verzet, en tot een hernieuwde verbondenheid met een Aarde die verandert, maar niet ophoudt te spreken.
JAARPROGRAMMA
JIJ EN IK ZIJN AARDE
(Tekst loopt verder onder de afbeelding)

INLEIDING: WAAR KUNNEN WE LANDEN?
De Aarde beeft, kraakt, stort in, barst uit, stormt en wervelt; haar bodem wordt vochtig of droogt op, warmt op of koelt af. In het aangezicht van deze onophoudelijke en onbeheersbare stemmingen van hun omgeving, hebben levende wezens geen andere keuze dan hun werelden te organiseren. Ze ontwikkelen allemaal technieken om hun ontoereikendheid goed te maken en slagen erin om in de lucht, op het land en in de zee te leven. Onvermoeibaar absorberen, veranderen, verplaatsen en organiseren ze de elementaire deeltjes van het universum. Door dit te doen vermengt de menigte van levende wezens zich en geeft vorm aan de Aarde.
— TVK, The Earth is an Architecture
Zoals iedereen op school leerde, kan een verandering in de positie van de Aarde in de kosmos een revolutie in de maatschappelijke orde teweegbrengen. Denk aan Galileo: toen astronomen de Aarde om de zon lieten draaien, voelde de hele samenleving zich aangevallen. Vandaag, opnieuw, vier eeuwen later, worden de rol en de positie van de Aarde gerevolutioneerd door nieuwe disciplines: het lijkt erop dat menselijk gedrag de Aarde tot onverwachte reacties heeft aangezet. En opnieuw wordt de hele organisatie van de samenleving ondermijnd. Schud de kosmische orde en de politieke orde zal ook wankelen. Alleen is het deze keer niet de bedoeling om de Aarde om de zon te laten draaien, maar om haar ergens anders heen te verplaatsen! Alsof we opnieuw moeten leren hoe we erop moeten landen.
— Bruno Latour, Critical Zones
Hoe kan deze Aarde blijven draaien? Het lijkt erop dat de wereld onvermoeibaar blijft versnellen en dat de Aarde voortploetert, uitgeput en volkomen onverschillig voor het handelen van de mens. Al lijkt deze laatste niet geheel ongevoelig voor de manier waarop de fossiele brandstoffen verbrandende mens haar metabolisme, de biosfeer, blijft verstoren. Tot nu toe is de Aarde de enige planeet waarvan bekend is dat er leven op voorkomt, en of we dat nu leuk vinden of niet, voorlopig is de Aarde de plek waar we ons standpunt innemen, als bewoners van de kritieke zone die we de biosfeer noemen—de steeds smaller wordende bandbreedte waarin het leven kan voortbestaan. Kortom, we zijn aan de Aarde gebonden maar weten ons geen houding te geven, zoals de overleden wetenschapsfilosoof Bruno Latour zou hebben gezegd.
Tegen die achtergrond presenteert RADIUS in 2026 het programma JIJ EN IK ZIJN AARDE, rond de centrale vraag “Waar kunnen we landen?”. Aan de hand van een vijftal tentoonstellingen, een uitgebreid publieks- en educatieprogramma, onderzoeken we samen met kunstenaars en andere belanghebbenden nieuwe samenstelling en mogelijkheden van het leven in de kritieke zone—de dunne en dynamische laag op het oppervlak van de Aarde, waar al het leven samenhangt met gesteente, bodem, water en lucht. Voorbij een uitsluitend wetenschappelijke definitie onderstreept dit jaarprogramma—in navolging van filosoof Bruno Latour—de kritieke zone als een ecologisch en politiek concept, om zo nadruk te leggen op zowel de kwetsbaarheid als de verbondenheid van het leven in het licht van klimaatverandering.
HET LEVENDE LATEN OPVLAMMEN
De ecosystemen die de Aarde herbergt sinds de oorsprong van het leven worden voortdurend door de dynamiek van het levende geweven: co-evolutie, diversificatie, bossuccessie, sedimentverplaatsing en vissentrek in rivieren, bestuiving, humusvorming door de fauna, circulatie van voedsel en energie in de voedselnetwerken. […] Alles wat een bol samengesmolten materie die we planeet noemen tot een ‘wereld’ maakt, is een gevolg van het levende: we bewonen de gevolgen van het leven van anderen.
— Baptiste Morizot, Het Levende Laten Opvlammen
De reis van de mens als relatieve laatkomer in de geschiedenis van het levende valt niet te beschrijven, maar kan toch in één zin worden samengevat: het leven leefbaar en de wereld bewoonbaar maken. Recent is in het ecologische denken het besef ontstaan, wat andere volken al dagelijks in praktijk brengen in hun relatie met het levende, dat het leven voor de mens alleen leefbaar is als het ook leefbaar is voor het weefsel van het levende als geheel. Dat de wereld uitsluitend leefbaar voor ons kan zijn als die dat ook is voor de andere levende soorten, want we zijn niet meer dan een knooppunt van relaties verweven met andere levensvormen.
Met die gedachte in het achterhoofd ontwikkelen we het jaarprogramma JIJ EN IK ZIJN AARDE, om in tijden van geopolitieke spanningen en toenemende maatschappelijke polarisatie het gesprek aan te blijven gaan over gedeelde grond en het belang van een open samenleving. Juist wanneer de politieke aandacht lijkt af te dwalen van de klimaatproblematiek en daarmee het verdedigen van onze veelsoortige leefomgeving, willen we met dit programma gezamenlijk de wereld optillen om haar terug op haar as te zetten—noem het een ecologische actiehefboom om het levende op te laten vlammen. Maar het gevoel van onmacht en wanhoop overheerst, ondanks dat de burgermaatschappij sterk de noodzaak voelt om het heft weer in handen te nemen. Het probleem zit hem in het doorgeefluik tussen onze handen en de wereld. We hebben ideeën en handen nodig, en dan vooral ideeën die passen bij de beschikbare handen.
OVER DE ROL VAN KUNST ALS VOERTUIG
Interscalaire voertuigen hebben politieke, ethische, kennisgerichte en/of gevoelsmatige dimensies. Wat iets tot een interscalair voertuig maakt, is niet de essentie ervan, maar de inzet en acceptatie ervan, het potentieel om politieke claims te maken, sociale relaties te smeden of simpelweg onze verbeelding te prikkelen.
— Gabrielle Hecht, Interscalar Vehicles for an African Anthropocene
In ons cultuurgebied is de gedachte dat we onderling afhankelijk zijn en verwant aan de rest van het levende inmiddels gemeengoed, maar waarom staat het levende dan niet centraal in het collectieve aandachtsveld, in het politieke veld van wat ons als samenleving boven alles bezighoudt, en soms zelfs niet in het het hedendaagse ecologische denken? Omdat wij onszelf in ons culturele zelfbeeld niet zien als levend wezen.
Met het jaarprogramma JIJ EN IK ZIJN AARDE willen we dit gebrek aan menselijk verwantschap met de leefomgeving herbezien, met name door de valse tegenstelling van mens tegenover ‘natuur’ te overstijgen. We doen dit aan de hand van het werk van kunstenaars die—in navolging van de definitie van Gabrielle Hecht—hun praktijk en werk inzetten als “voertuig” om tot nieuwe verbintenissen tussen de mens en de Aarde te komen, beschouwd vanuit het idee van onderlinge afhankelijkheid. Het verhaal van klimaatverandering is allesomvattend en wordt doorgaans beschouwd als te groot en abstract. Kunst kan in die zin dienen als voertuig, enerzijds door te bewegen tussen tijdsschalen, door complexe systemen bereikbaar te maken, en gebeurtenissen die onze vermogens te boven gaan tastbaar en invoelbaar te maken. Anderzijds stelt kunst ons in staat om de beweging te maken van verbeelding naar handelingsperspectief—zonder verbeelding geen zicht op een toekomst die wel gewenst is.
Met het programma JIJ EN IK ZIJN AARDE ontwikkelt RADIUS een tegenpunt voor de middelpuntzoekende kracht van het dominante verhaal van het Antropoceen—waarin de uitzonderlijkheid van een bepaald, losgezongen menstype centraal staat—door middelpuntvliedende verhalen te vertellen die de enorme ongelijkheden voortgebracht door verschillende krachten die onze planeet veranderen erkennen.
Op weg naar een aardser Aarde!
Het programma JIJ EN IK ZIJN AARDE is samengesteld door Niekolaas Johannes Lekkerkerk, met bijdragen van Andrea Kol, Sergi Pera Rusca en Daan Veerman.
RADIUS en het jaarprogramma JIJ EN IK ZIJN AARDE zijn mede mogelijk gemaakt met ondersteuning van het Mondriaan Fonds, de Gemeente Delft, het BNG Cultuurfonds en de Van der Mandele Stichting.