RADIUS
CCA  Centrum voor Hedendaagse Kunst en Ecologie 

07 maart – 31 mei 2026

ONTMANTEL HET ANTROPOCEEN

— AARDSE VERHALEN UIT HET LATE HOLOCEEN

Boek Tickets

DEZE TENTOONSTELLING OPENT OP ZATERDAG 7 MAART.

Deelnemende kunstenaars: Tekla Aslanishvili & Giorgi Gago Gagoshidze, Rachel Bacon, DISNOVATION.ORG & Nicolas Nova, Xandra van der Eijk, Tanja Engelberts, Giovanni Giaretta, Katarina Jazbec, Lithic Alliance, Arjuna Neuman & Denise Ferreira da Silva, Libita Sibungu, Anna Zett, Feifei Zhou

Welkom in het Antropoceen. Het is een nieuw geologisch tijdperk, dus kijk goed om je heen. Eén enkele soort leidt de planeet en verandert haar eigenschappen bijna naar believen. En wat is er natuurlijker dan dit nieuwe tijdperk te vernoemen naar onszelf, die hoogstgeplaatste mensachtige? De term werd in 2000 bedacht door de Nederlandse atmosferische wetenschapper Paul Crutzen, winnaar van de Nobelprijs, om de evolutie van onze planeet in de afgelopen twee eeuwen te beschrijven. ‘Ik was op een conferentie waar iemand iets zei over het Holoceen, de lange periode van relatief stabiel klimaat sinds het einde van de laatste ijstijd,’ vertelde hij me later. ‘Ik bedacht me ineens dat dit niet klopte. De wereld is te veel veranderd. Dus zei ik: “Nee, we zitten in het Antropoceen.” Ik verzon het woord ter plekke. Iedereen was geschokt. Maar het is blijven hangen.’  

De groepstentoonstelling ONTMANTEL HET ANTROPOCEEN vormt de gespreksaanzet voor het jaarprogramma JIJ EN IK ZIJN AARDE. De tentoonstelling gaat uit van de stelling dat we leven in een nieuw geologisch tijdperk: het Antropoceen. In dit tijdperk heeft menselijk handelen de samenstelling van de atmosfeer, de oceanen en zelfs het aardoppervlak ingrijpend en onomkeerbaar veranderd. De mens zou daarmee mogelijk zijn uitgegroeid tot een kracht op geologische schaal, met een impact die groot genoeg is om planetaire processen structureel te veranderen.

Campagnebeeld voor ONTMANTEL HET ANTROPOCEEN, door Özgür Deniz Koldaş.

Het concept Antropoceen is echter al meer dan twee decennia onderwerp van discussie. Niet alleen in geologische zin—er bestaat nog altijd geen consensus onder geologen en stratigrafen—maar ook in sociaal, politiek en cultureel opzicht. De term dreigt een universeel mensbeeld te bevestigen en de uitzonderingspositie van ‘de mens’ te bestendigen. Daarmee reproduceert het wellicht juist het universalisme waardoor de crisis werd veroorzaakt die het wil benoemen: spreken over de anthropos als één homogeen subject negeert fundamentele ongelijkheden in macht, verantwoordelijkheid en kwetsbaarheid, en verhult de koloniale, kapitalistische en geracialiseerde geschiedenis, waarin sommige mensen geologisch van belang bleken, terwijl anderen inwisselbaar werden. In die zin is het Antropoceen geen neutrale geologische beschrijving, maar een schijnbaar ongefundeerd narratief dat mondiaal bestuur, voortdurende extractie via petropolitiek en bijbehorende vormen van geo-engineering en technologische ‘oplossingen’ bevestigt en legitimeert. Tegelijkertijd presenteert het een ‘wij’ als één soort, waarmee de ongelijk verdeelde machtsverhouding in grondstoffenwinning wordt gladgestreken. Kortom, het Antropoceen lijkt een perspectief zonder standpunt: ‘een horizon van gebeurtenissen die grotendeels zonder fossielen blijkt.’

In plaats van het idee dat ‘de mensheid’—zoals de titaan Atlas—de door mensen veroorzaakte klimaatverandering als last op haar schouders draagt, plaatst deze tentoonstelling de mens als een aards wezen in het late Holoceen. Vanuit dit interglaciale moment bewegen we terug in de diepe geologische tijd, om de mens opnieuw te verbinden met de minerale en fossiele oorsprong, in verzet tegen de biologisch-culturele uitzonderingspositie zoals de soort zichzelf graag toedicht. In een tijdperk van koolstofchauvinisme, waarin fossiele brandstoffen schaamteloos worden verbrand en buitensporige hoeveelheden koolstof in de atmosfeer terechtkomen, biedt deze tentoonstelling een tegenpunt voor de middelpuntzoekende kracht van het dominante Antropoceen-verhaal. Dat verhaal verkiest de uitzonderingspositie van een ‘mensheid’ als figuur zonder lichaam. De tentoonstelling doet dit door juist middelpuntvliedende verhalen te vertellen die de grote ongelijkheden erkennen, die ontstaan zijn door de verschillende krachten die onze planeet veranderen.

De term ‘Antropoceen’ is rond de eeuwwisseling bekend geworden door atmosfeerchemicus Paul Crutzen. Hij stelde dat de relatief stabiele omstandigheden van het Holoceen hadden plaatsgemaakt voor een tijdperk waarin menselijke activiteiten concurreren met de krachten van de aardgeschiedenis. Industrialisatie, de verbranding van fossiele brandstoffen, grootschalige landbouw, verstedelijking en kernproeven hebben sporen nagelaten in ijskernen, sedimentlagen en biogeochemische cycli. Vanuit dit perspectief verschijnt de mensheid als een planetaire factor, in staat om klimaatsystemen te verstoren, massale uitstervingen te veroorzaken en zelfs de lithosfeer te hervormen. Crutzens interventie was zowel een diagnose als een waarschuwing: door een nieuw tijdperk te benoemen, wilde hij de ongekende schaal van menselijke impact en de urgentie van collectieve verantwoordelijkheid duidelijk maken. Tegelijkertijd veroorzaakt dit narratief juist hardnekkige problemen. Door ‘de mens’ als geologische kracht te presenteren, worden grote verschillen in historische verantwoordelijkheid uitgewist. Het stelt geïndustrialiseerde, koloniale en kapitalistische processen—verantwoordelijk voor het overgrote deel van de atmosferische koolstof—gelijk aan degenen die het minst hebben bijgedragen en het zwaarst worden getroffen. Bovendien bevestigt het Antropoceen een modern, Prometheïsch beeld van de mens als zelfverklaarde hoeder van de planeet, die de Aarde probeert te stabiliseren met steeds intensievere methoden van monitoring, modellering en technologische interventie. Maar wie heeft er een ijsbreker nodig, wanneer het ijs vanzelf smelt?

De Aarde gezien vanuit Apollo 17, 1972.

Vanuit artistiek en cultureel perspectief gaat het Antropoceen eveneens gepaard met een overvloed aan beelden van planetaire totaliteit: smeltende gletsjers, brandende bossen, de fragiele blauwe planeet die in de ruimte zweeft. Hoewel dergelijke beelden empathie en bewustzijn kunnen vergroten, riskeren ze ook een gevoel van verlamming vanwege de enorme schaal, waardoor het vermogen actie te ondernemen ontaard in stilstand. De tentoonstelling ONTMANTEL HET ANTROPOCEEN pleit daarom niet opnieuw voor een label dat een tijdperk moet definiëren—in navolging van de vele ‘-cenes’ zoals het Capitaloceen, Chthulucene en Plantationoceen—maar stelt een heroriëntatie voor: weg van de veroverende blik vanuit nergens, de zogenoemde ‘God-truc’, naar gepositioneerde en gegronde perspectieven op aardse verantwoordelijkheid. Van de universalistische Anthropos verschuift de aandacht naar asymmetrische, materiële en meer-dan-menselijke collectieven die het leven in het late Holoceen vormgeven.

Spreken over het late Holoceen betekent geenszins een ontkenning van de huidige klimatologische en geologische transformaties. Het is eerder een afwijzing van de scherpe scheiding die de term Antropoceen suggereert. In plaats daarvan benadrukt de tentoonstelling continuïteit en plaatst de huidige crises binnen een lange geschiedenis van kolonialisme, raciaal kapitalisme en extractivisme. Deze verschuiving vraagt om een onderscheid tussen werelden en aardes, om de raciale en koloniale lagen in de geologie te traceren, en de minerale samenstelling van de mens zelf te herkennen. De vier clusters waaruit de tentoonstelling bestaat—De Ramkoers van Business-as-Usual, Van Kosmos naar Collectief, De Overlevering van Geologie en De Mens Als Mineraal—articuleren deze noodzakelijke heroriëntatie weg van het Antropoceen: van een kritiek op koolstofchauvinisme en technocratische fantasieën, via een hernieuwd begrip van planetair verwantschap en onderdrukte geschiedenissen, naar een gegrond inzicht in de mens als een minerale entiteit, onlosmakelijk verbonden met de Aarde. Kortom, deze tentoonstelling stelt een reeks plaatsgebonden artistieke praktijken voor om te leven op een beschadigde planeet, om te leren hoe we ermee kunnen leven—en er deel van kunnen zijn—door middel van samenwerking, en hoe we medeverantwoordelijk zijn voor de omgevingen die we creëren en bewonen.

  1. Fred Pearce, With Speed and Violence: Why Scientists Fear Tipping Points in Climate Change (Boston: Beacon Press, 1992), 44.
  2. Kathryn Yusoff, A Billion Black Anthropocenes or None (Minneapolis: University of Minnesota Press, 2018), 3.
  3. Elizabeth A. Povinelli, Geontologies: A Requiem to Late Liberalism (Durham, NC: Duke University Press, 2016), 11.
  4. ‘Diepe tijd creëert een schaalverschuiving die Timothy Clark aanduidt als “Antropoceen-wanorde”: de ontdekking van enorme geologische tijdschalen verkleint het belang van de mens, terwijl diezelfde mensheid tegelijkertijd een geologische factor is geworden. Handelingen die op individueel niveau onbeduidend lijken, worden op het niveau van de soort catastrofaal. Deze verschuivende schalen verstoren hoe we ons handelen en onze verantwoordelijkheid begrijpen wat kan leiden tot politieke verlamming.’ Bron: George Hart, ‘Wild Anthropocene: Literature and Multispecies Justice in Deep Time, by Louise Economides,’ Jeffers Studies 23 (2025), Article 11, Illinois State University Digital Commons, (link)
  5. Baptiste Morizot, Het levende laten opvlammen. Een collectief front (Amsterdam: Octavo, 2022), 213.
  6. Anna Lowenhaupt Tsing, Jennifer Deger, Alder Keleman Saxena & Feifei Zhou, ‘What is the Anthropocene?,’ in Introduction to Feral Atlas, Feral Atlas: The More-Than-Human Anthropocene, Stanford University Press Digital Project (2020). (link)
  7. Prometheïsme is een term die door de theoreticus John Dryzek bekend is geworden en beschrijft een houding ten opzichte van het milieu waarin de Aarde wordt opgevat als een hulpbron waarvan de waarde in de eerste plaats wordt bepaald door menselijke behoeften en belangen, en waarin milieuproblemen worden overwonnen door menselijke innovatie. De term werd geïntroduceerd in Dryzeks werk The Politics of the Earth: Environmental Discourses (1997).
  8. Donna J. Haraway, Staying with the Trouble: Making Kin in the Chthulucene (Durham, NC: Duke University Press, 2016), 46.

Samengesteld door Niekolaas Johannes Lekkerkerk, met de assistentie van Maria Maia Gonçalves Balz⁩.

Het JIJ EN IK ZIJN AARDE-jaarprogramma van RADIUS in 2026, waar deze tentoonstelling onderdeel van uitmaakt, is mede mogelijk gemaakt door steun van het Mondriaan Fonds, de Gemeente Delft, het BNG Cultuurfonds en de Van der Mandele Stichting. Wij danken hen hartelijk voor hun steun!